platform voor gesprek, beelden, ideeën, verhalen

Mede mogelijk gemaakt door
Partners

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Technikon

Begin jaren vijftig constateerde onderwijswethouder Van der Vlerk een groot tekort aan technische scholen in Rotterdam. Het leek hem gewenst de huisvesting van een aantal technische scholen te concentreren. De scholen waren gedacht op een gebied tussen spoorbaan, Schiekade en Heer Bokelweg, aan de rand van het gebombardeerde centrum. In een schetsje zijn een zevental scholen op een L-vormige gemeenschappelijke onderbouw geplaatst. Van der Vlerk nodigde Maaskant in 1955 uit om hem de opdracht te geven. Volgens een anekdote zou Maaskant zeven luciferdoosjes op de gemeentelijke schets hebben gezet en ze vervolgens een halve slag hebben gedraaid, zodat er één aaneengesloten volume ontstond. Door de scholen in één gebouw te vestigen, zou er intern een grote flexibiliteit ontstaan en werden de gezamenlijke ruimtes, zoals de aula en de bibliotheek, beter toegankelijk. Bovendien kon Maaskant hiermee een groter bouwvolume realiseren, dat een dominante plaats in het stadsbeeld zou kunnen opeisen. Het programma van eisen werd in de loop der jaren nog uitgebreid met een sportcomplex met acht gymnastieklokalen en een zwembad. In 1966 werd besloten de gemeenschappelijke aula als volwaardig theater uit te voeren, het Hofpleintheater. De prognoses voor de leerlingenaantallen stegen bovendien ook nog door de babyboom. In totaal zijn er acht scholen met 3000 leerlingen in het gebouw gevestigd.

Het complex bestaat uit een hoofdgebouw van tien bouwlagen dat de kromming van de spoorlijn volgt. In het midden steekt het Hofpleintheater eruit. In het verlengde van de Coolsingel aan de Schiekade werd een toren met de gymzalen geplaatst, het zgn. Akragon. Een tussenlid van vijf verdiepingen op poten verbindt beide gebouwdelen en sluit tevens het grote voorplein af. De andere zijde van het plein wordt gevormd door het gebouw van de Nationale Levensverzekeringsbank (1941-1949) van A.A. van Nieuwenhuyzen en C. Elffers. In deze opzet staat de Gereformeerde Kerk van M.C.A. Meischke uit 1953 er wat verloren bij.

Het gekromde schijfvormige hoofdgebouw is 220 meter lang en 22,5 meter diep. Het vormt een wand naar het Hofpleinviaduct. In de brede onderbouw zijn de praktijklokalen met zware machines ondergebracht. Aan de pleinzijde is een verdiepte rijgoot langs het gebouw gelegd die toegang geeft tot de kelder met rijwielstallingen en een kleine parkeergarage. Elke school heeft een eigen entree met een loopbrug over de rijgoot aan de pleinzijde. Elke school beschikt over een eigen verticaal ontsluitingssysteem, met onder andere een lift waarin een complete klas past. Op een tussenverdieping zijn de kantines, garderobes en kleedlokalen gesitueerd. De hogere lagen bestaan uit theorielokalen van verschillende grootte aan de pleinzijde en een zone met toiletten en trappen aan de spoorzijde. Deze vormen een geluidsbuffer. Het lagere tussenlid aan de Heer Bokelweg bestaat uit theorielokalen aan weerszijden van een middengang. In deze middenzone zijn ook de toiletten en trappenhuizen gesitueerd. Beide gebouwen zijn tijdens de bouw voorzien van een stalen dakverdieping om extra ruimte te creëren.

De gymnastiektoren, het Akragon, werd elf verdiepingen hoog. Maaskant had hem graag wat hoger gewild. Om en om zijn er lagen met hoge gymzalen en met lage kleed- en doucheruimtes. Op de begane grond bevindt zich een zwembad. Liften en trappenhuizen bevinden zich in de vier hoeken van het gebouw. De betonnen hoeken vormen samen met twee betonnen schijven halverwege de stabiliteit van het gebouw. De bovenste sportzaal heeft een dak bestaande uit twee kruiselings tussen de kernen geplaatste stalen balken. De gesloten gevels zijn bekleed met betonelementen met kleine witte keramische tegels. Er zijn horizontale raamstroken in aangebracht. De kleedkamergevels zijn voorzien van glazen bouwstenen.

Het hoofdgebouw en het tussenlid hebben een betonconstructie van geprefabriceerde elementen met een overspanning van 16 meter. Dit maakt verschillende lokaalindelingen mogelijk. In de dwarsrichting staan deze constructie-elementen op 2 meter afstand. Daardoor kan er om de 2 meter een scheidingswand worden aangebracht en is een bijzonder flexibele indeling mogelijk. In de voorgevel van het hoofdgebouw is de betonconstructie goed zichtbaar in de vorm van zeshoekige gevelkolommen. Horizontale gevelelementen vormen de borstweringen. De glazen puien met robuuste houten kozijnen zijn door middel van een betonnen latei onderverdeeld in een groot raam en een bovenlicht. Op sommige plaatsen zijn inpandige balkons aangebracht. In de vlakke achtergevel vormen de borstweringen lange horizontale banden, incidenteel onderbroken door verticale glasvlakken en enkele erkers. Blikvanger in het complex is het Hofpleintheater, dat als grote robuuste vorm uit het gebouw steekt. In de voorgevel van het theater is een glas-in-betonwand van 6,5 bij 24 meter van Karel Appel aangebracht. De wilde vormen van kindergezichten met schreeuwende monden en uitpuilende ogen contrasteren met de hoekige betonnen hoofdstructuur. Bovendien vormt het kleurige glas bij avond een aantrekkelijk beeld. Voor het Akragon is in 1971 een uit antracietkleurige betonnen blokken opgebouwd kunstwerk van M. Zandstra geplaatst.

Op 19 mei 1970 werd het Technikon officieel geopend. De grootschaligheid van het complex en de architectuur ondervonden veel kritiek in deze tijd van studentenprotest en democratisering. Geëngageerde studenten Bouwkunde van de TH Delft bekritiseerden deze 'onderwijsfabriek' in enkele artikelen in het tijdschrift Bouw. Omdat de scholen als autonome eenheden bleven opereren kwam de gewenste gemeenschappelijkheid van het complex niet van de grond.

(bron: www.rotterdam.nl)