platform voor gesprek, beelden, ideeën, verhalen

Mede mogelijk gemaakt door
Partners

 

 

 

Plan C

Plan C werd in 1880 door architect Muijskens in de Hollandse renaissancestijl ontworpen. Het was een groot multifunctioneel gebouw aan de Oude Haven. Het illustreerde het stedelijk project van G.J. de Jongh.

Plan C introduceerde een nieuwe architectonische en stedenbouwkundige schaal in de stad en het belichaamde een efficiënte vorm van publiek-private samenwerking. In de totstandkoming van het gebouw werden waterhuishoudkunde, vastgoedstrategie, kadebouw, stadsornamentiek, verkeersverbetering en architectuur geïntegreerd.

Het gebouw had een onregelmatig grondvlak maar presenteerde aan alle kanten een volmaakt symmetrische gevel van natuur- en baksteen. Op de begane grond waren zeventien winkels ondergebracht in een portico met op de tussenverdieping winkelierswoningen.
De binnenplaats fungeerde als expeditiehof voor de winkels en was door twee poorten vanaf de straat bereikbaar. Boven de winkels bevonden zich twee verdiepingen met exclusieve appartementen.
Aan de Oude Haven en de Kolk opende het gebouw zich met arcades, waardoor een winkelpromenade aan het water ontstond. De andere zijden projecteerden een in de Beaux-Arts stijl opgetrokken gevel op de nieuwe straten.

In tegenstelling tot de Passage werd Plan C niet ingepast in de bestaande parcellaire structuur. De stedelijke structuur werd aangepast om een dergelijk gebouw te kunnen dragen. Als een ingreep die breekt met de historische morfologie van de stad is Plan C te vergelijken met de aanleg van het luchtspoor. Het verschil was dat het luchtspoor aan de stad werd opgedrongen door machten van buiten, terwijl Plan C onderdeel was van een stedelijk project dat door de gemeente zelf was geconcipieerd en werd uitgevoerd.

Het belang van Plan C lag in de politieke, financiële, infrastructurele en technische condities waarbinnen het werd gerealiseerd. Het project kwam voort uit een verkeerskundig probleem; de kleine brug tussen de Kolk en de Oude Haven moest vanwege het groeiende stadsverkeer over de rivier vervangen worden. De Jongh diende drie plannen in. De eerste twee waren bescheiden: Plan A was voor een nieuwe beweegbare en Plan B voor een nieuwe vaste brug. Plan C was het meest ingrijpend en stelde voor het gehele noordelijke deel van de Oude Haven te overkluizen. Hierdoor zou onderaan het luchtspoor een nieuw plein ontstaan precies daar waar de drie pre-industriële havens van Rotterdam samenkwamen: de Kolk, de Nieuwe Haven en de Oude Haven.

Dit ambitieuze voorstel impliceerde de meest ingrijpende aantasting van het oude stadsbeeld sinds de aanleg van het luchtspoor en het plan werd dan ook in eerste instantie door de stedelijke elite als verwerpelijk terzijde geschoven.

Het plan had echter één onverwacht voordeel: de investering van het aanleggen zou ruimschoots overtroffen worden door de meerwaarde van het nieuwe bebouwbare oppervlak. Daardoor was Plan C niet alleen het ingrijpendste maar per saldo ook het enige van de drie plannen dat rendabel was. De constructieve prestatie van de gemeentelijke diensten zou iets opleveren dat uitermate aantrekkelijk was voor particuliere ondernemers: een bouwlocatie op een multimediaal kruispunt midden in de stad.

De Jongh beoogde met Plan C de economische dynamiek van het stadscentrum te herstellen. Het centrum zou echter een andere economische rol krijgen dan voorheen. Waar de oude binnenstad eerder zowel opslag, handels- en productieruimte was, moest de nieuwe stad een gespecialiseerde functie als City vervullen, met de nadruk op kantoren en verkeer. De havenactiviteiten zouden verhuizen naar de nieuwe stad er tegenover. Niet langer kadelengte en wateroppervlak zouden de waarde van het stadscentrum bepalen maar bereikbaarheid en bebouwbaar oppervlak. Daarom moest de Oude Haven deels verdwijnen, en de boten onder de grond varen zodat er een ideaal ontsloten locatie tegenover het nieuwe Beursstation zou ontstaan. Deze locatie was in feite het dak van de ingreep van de gemeente; dit dak werd vervolgens als maaiveld verkocht aan een consortium van Rotterdamse ondernemers, waardoor de infrastructurele ingreep zichzelf terugbetaalde.

 

(bron: Wouter Vanstiphout, Maak een stad, Rotterdam 2005