platform voor gesprek, beelden, ideeën, verhalen

Mede mogelijk gemaakt door
Partners

 

 

 

 

 

 

 

 

Cité

Cité komt voort uit de behoefte aan doorstroommogelijkheden voor studenten en oud-studenten. Het is een woongebouw, ontworpen door Tangram Architekten, voor 'shortstayers' met collectieve en commerciële voorzieningen, werkunits en parkeergelegenheid van woningcorporatie Stadswonen. De naam stamt af van de Cité Universitaire de paris. Dit is een groot campuscomplex waar buitenlandse studenten die een korte tijd in Parijs verblijven onderdak kunnen krijgen. De gedachte achter Cité Universitaire de Paris is het stimuleren van interactie tussen de bewoners uit verschillende landen en met verschillende achtergronden. Cité op de Kop van Zuid deelt dat uitgangspunt.

Het complex bevat 498 ‘shortstay’ appartementen, verdeeld over twee woontorens van verschillende hoogten (24 tot 28 lagen), gecombineerd met verschillende voorzieningen zoals een squashbaan, fitnessruimte en werkruimtes. Doel is dat gebruikers wonen, werken en recreëren hier combineren.

In de gevels is op een aantal plaatsen een snede aangebracht waar de binnenwereld zich over meerdere verdiepingen manifesteert. Elke snede heeft zijn eigen kleur, waardoor ook vanaf de straat elke bewoner zijn eigen ‘plek’ kan herkennen. Van binnenuit zijn de snede’s een oriëntatiepunt vanuit de gemeenschappelijke gangen. De binnenkant van het gebouw piept als het ware op elke verdieping even naar buiten, waardoor een ruimtelijk continuüm ontstaat.

In de gemeenschappelijke binnenwereld, het ‘atrium’ van het gebouw, worden dezelfde materialen als in het exterieur gebruikt. De gevel van de begane grond van het gebouw wordt volledig transparant uitgevoerd, zodat de centrale hal en de commerciële ruimten overgaan in de openbare wereld.

Het woongebouw Cité is opgenomen in het programma Groot vanwege het diverse programma, de geleidelijke overgang tussen exterieur en interieur en de bijdrage die het wil leveren op het verlevendigen van het straatbeeld.

 

foto's: John Lewis Marshall